elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kakkelewasie

kakkelewasie , kakkelewasie , kakkewasie , (kakkǝlǝwásie, met hoofdtoon op ) , (zelfstandig naamwoord) , Daarnaast kakkewasie. Drukte, lawaai. || Die vent maakte me ’en kakkewasie, toen ik bij ongeluk zijn glas omgooide. Wat een kakkelewasie!
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kakkelewasie , kakkelewasie , zelfstandig naamwoord , gepoch (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal