elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kakkenestje

kakkenestje , kakkenèsje , benjamin , Un kakkenèsje is de lèste die'ter in 'n hûshaauwe is bè gekomme, de jóngste dus. Een benjamin is de laatste die er in een gezin is geboren, de jongste dus.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
kakkenestje , kakkenesje , jongste van een gezin (ook wel gebruikt voor de kleinste) , de vier grwôte, de drie klentjes en ’t kakkenesje = de vier oudsten, de drie die daar op volgden en de jongste (de kleinste)- ; kakkeschool-kakschool ; bewaarschool-kleuterschool (groep 1 en 2)
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
kakkenestje , kakkenesje , zelfstandig naamwoord , jongste uit het nest (West-Brabant; Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal