elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kamille

kamille , kamille , (vrouwelijk) , kamille.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
kamille , kamelle , (vrouwelijk) , kamille.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
kamille , kamille , kemille , de , Ook kemille = kamille, Matricaria IJ moet spulen met wat kamille aj blaorties in de mond hebt (Sle), Gele kamille (he:Oost-Drenthe), Wilde kamille (he:Oost-Drenthe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kamille , kemilde , (Gunninks woordenlijst van 1908) kamille
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
kamille , kemille , kamille.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
kamille , kemille , kamelle , zelfstandig naamwoord , de; 1. kamille, schubkamille 2. boerenwormkruid 3. gedroogde schilfertjes uit de gewone kamille of van de Roomse kamille, gebruikt om een aftreksel van te maken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kamille , kemille , (zelfstandig naamwoord) , kamille.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
kamille , kermeul , zelfstandig naamwoord , kamille (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
kamille , kemille , (mannelijk) , kamille
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal