elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kattenstaart

kattenstaart , kattestaart , paardenstaart (plant).
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
kattenstaart , kattestart , kattestat , (vrouwelijk) , equisetum arvense.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
kattenstaart , kattestarte , meervoud , grote lisdodde.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
kattenstaart , kattestät , kattestaart (ook een plant).
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
kattenstaart , kattestaart , kattenstaart, kattestale , de , Ook kattenstaart (Zuidoost-Drents zandgebied), kattestale (N:Zuidwest-Drenthe) = 1. staart van een kat De kattestaarte kwaamp net tussen de deure (Die) 2. naam voor verschillende planten: wilgeroosje, Epilobium angustifolium; bastaardwederik, Lythrum salicaria; Lupinus polyphyllus; Equisetum arvense (Hijs); amarant, Amarantus caudatus (he:Oost-Drenthe) Kattestaarten pluust zo as ze uut ebleuid bint (Dwi), De kattestaart kan wal zu’n anderhaalf meter hoog worden (Eex), Wie meugt door wal een maol bie um dei kattesteerten oet de slootwalle te trekken anders gaot ze zo naor het land in heideroosje (Bco)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kattenstaart , kattestät , kattenstaart
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
kattenstaart , kattestarte , kattenstaarten , In de zómmer zie'de nèève de stróóm én in de sléúj de kattestarte bloeje. In de zomer zie je langs de beerze en in de sloten de kattenstaarten bloeien.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
kattenstaart , kattestat , zelfstandig naamwoord , de; 1. staart van een kat 2. wilgenroosje 3. bep. kamerplant: kattestaart; ook: in het wild groeiende kattestaart 4. in gele kattestat (gewone) wederik
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kattenstaart , kattestaert , kattesteert , (zelfstandig naamwoord) , 1. kattenstaart; 2. wilgenroosje.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
kattenstaart , [heermoes (equisetum arvense)] , kattestart , kattenstart, kattenstät , 1. heermoes (equisetum arvense); 2. holpijp (equisetum fluviatile); 3. schaafstro (equisetum hyemale); 4. wilgenroosje.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
kattenstaart , kattestart , kattestèrt , zelfstandig naamwoord , heermoes (Land van Cuijk; Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
kattenstaart , kattestert , (mannelijk) , 1. kattenstaart 2. plant 3. onkruid
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kattenstaart , kattestèrt , zelfstandig naamwoord , WBD III.4.3:417 kattestèrt - schaafstro (Equisetum hyemale); kattestèrt - kattenstaart (Lythrum salicaria); WBD III.4.3:412 kattestèrt - lisdodde (Typha latifolia), ook genoemd: lis, lisdòt, lampepoetser, tompoes of riet; WBD III.4.3:413 kattestèrt - aar v.d. lisdodde, ook genoemd: lisdot, kolf, lampepoetser, of tompoes; WBD (III.2.1:426) kattestèrt = kattenstaart 429 kattestèrt - lupine
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal