elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kerkkauw

kerkkauw , [vogel uit de kraaienfamilie] , karkka , (vrouwelijk) , kerkkouw.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
kerkkauw , kérrekaûw , m , torenkraai.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kerkkauw , karekaoi ,  kierekaj , torenkraai, kauw (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
kerkkauw , kerkkaaw , zelfstandig naamwoord , kauw (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal