elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kierewiet

kierewiet , kierewiet , kiezewiet , gek; kierewiet, tureluurs.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kierewiet , kierewiet , bijvoeglijk naamwoord , Gek, idioot. | Je loike wel kierewiet. Het woord is ontleend aan het Bargoens.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
kierewiet , kierewiet , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , (Midden-Drenthe) = kierewiet Hie is kierewiet die man lop het deur (And)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kierewiet , kierrewiet , tureluurs , Ge héd niks te moete, és ge braaf zé zulle we nog wél'les zien wag’ge meugd, van dees wor ik kierrewiet. Je hebt niets te moeten, als je braaf bent zullen we nog wel eens zien wat je mag, van dit word ik tureluurs.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
kierewiet , kierewiet , bijvoeglijk naamwoord , gek (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal