elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kikvors

kikvors , kikvos , zelfstandig naamwoord, mannelijk , kikvùske , kikvùsken , kikvors. Good wear vuur laate kikvùske, dan kriengt ze statjes, ’t is vruchtbaar najaarsweer
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
kikvors , kikvors , m , kikvorse , kikvörske , kikker(s), kikkertje.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kikvors , kikvors , kikker. mv. kikvorsen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
kikvors , kikvors , kikker , Un slék köm’ter nèt zó goed, és ne kikvors. Een slak komt er net zo goed, als een kikker. Ze komen er beiden, de een wat eerder dan de andere.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
kikvors , kikvors , kikker
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
kikvors , kikvörs , (zelfstandig naamwoord) , kikvors.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
kikvors , kikvors , zelfstandig naamwoord , kikker (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland; Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal