elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: klabots

klabots , klabòts , zelfstandig naamwoord , proppenschieter. Een speeltuig dat door de jongens zelf werd gemaakt. Men neme een stuk flierehout (vlierhout) van ca. 30 cm. Verwijder het merg. Sla in een stevig stuk hout van ca. 10 cm. een lange, dikke spijker (ontdaan van de kop), die past in het holle vlierhout. Sluit beide kanten van het hout af met een natte, gekauwde prop papier of met elzeproppen. Druk de spijker met kracht in de buis. De buitenste prop zal door de druk er met een klap uitvliegen.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
klabots , klabäts , uitdrukking voor de plof waarmee iets neerkomt bij een val op de grond.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
klabots , [zweep] , klabätse , karwats.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
klabots , klabats , klabatse, klebasse, klarrebats, klabatter , de , klabatsen , (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe, Veenkoloniën). In bet. 1. ook klabatse (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, veengeb. Oost-Drenthe), klebasse (Zuidwest-Drenthe, zuid), klarrebats (Zuidoost-Drents zandgebied), klabatter (N) = 1. karwats, zevenstreng, waar men vroeger de kleren mee schoonmaakte (Bov) of matten mee klopte (Sle), maar vooral strafwerktuig Dan pak ie de klabatse maor, daor is hij heurig veur (Hgv), Grootmoe bruukde de klabats nog wel is op oous de kinder (Eex) 2. klap Zal ik joe ’n klabats veur de kop geven? (Klv), ...een klabats verkopen (Nor), Wij heurden een geweldige klabats (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
klabots , klabats , klabatse, klabams, klaboems, klabomsa, klaboemsa, , tussenwerpsel, zelfstandig naamwoord , Ook klabatse (Zuidwest-Drenthe, noord). Ook klabams (Zuidoost-Drents veengebied, Zuidwest-Drenthe, noord), klaboems (Zuidoost-Drenthe), Ook klabomsa (Zuidoost-Drenthe), klaboemsa (Zuidwest-Drenthe, noord, Midden-Drenthe), klabomsie (Zuidoost-Drents veengebied), klaboms (Veenkoloniën, Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, noord), klabombats (Kop van Drenthe) = boems Klabomsa daor lig e non al weer (Oos), Het was een lawaai van je klabomsa (Sle), Een klaboms an de kop en hij gieselde van de bienen (Klv), Hij stund nog mar net op het ies en toe völt hij klabats achteraover (Mep), Klabats daor lag e op de grond (Pdh), Het gunk der mor van boven op van je klabatse (Die), Jongs leden de wichter haand op de kop en dan zeden ze: Klabomsa groet meid als grapje bedoeld (Oos)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
klabots , klabóts , proppenschieter , Un klabóts wier gemôkt van flierenhout, dé hout is hool van binne. Een proppenschieter werd gemaakt van vlieren hout, dat hout is hol van binnen.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
klabots , klabatse , klabats, klebats, klebatse, klabasse , zelfstandig naamwoord , de; 1. karwats 2. flinke klap die men uitdeelt of ondergaat bijv. door te vallen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
klabots , klabats , tussenwerpsel , pats
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
klabots , klabots , zelfstandig naamwoord , proppenschieter (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
klabots , klabots , zelfstandig naamwoord , "1. proppenschieter; Daamen - Handschrift 1916:  ""klabots - vroeger kinderspeelgoed met elzenproppen""; Et vèèrke öt de kooi op de plots lokken. De slachter zette dan zenne klabots tegen de kop van et vèèrke, hij drukte em in en pang daor laag ie te spartelen. (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006); WBD III.4.4:252 'klabats', 'klawats' = hevige slag; ook 'klawemmes'; Verh. KLABOTS, v. klapbus, proppenschieter, gemaakt van vlierhout; Bont KLABÓTS, tussenw. en znw. 1) tussenw.: gezegd v.h. afschieten v.e. zwaar-geladen geweer. 2) znw.vr. klapbus, z.aAntw. KLABOTS znw.m. - Versterking van 'bots', harde en doffe slagBiks 'klabòts' zn - proppenschieter; WNT KLABOTS (I) schietwerktuig, klakkebus, proppenschieter; 2. snel reagerende vrouw; Daamen - Handschrift 1916:  ""klabots - vrouw die wat snel van zeggen en doen is""; klanknabootsing; mogelijk uit ‘klap’ en ‘bots’; WNT – lemma KLABOTS II - Harde, doffe slag of val, botsCees Robben – Oew schötje kwaamp rejaol rèècht klabots (...) op (...) den paol... (19630517)  [voetbal tegen de paal van het doel.]; ? geluid dat de weefspoel maakt bij het schieten door het weefraam; Cees Robben – Zingt ’t spoeleke z’n lieke/ links klabots.. en rechts klabak.. (19560630)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal