elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: klapblaas

klapblaas , klapbleis , zelfstandig naamwoord de , Varkensblaas die men opblies en met een klap kon laten springen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
klapblaas , klapblaos , varkensblaas , Wier'rer 'n váéreke geslacht dan wôrre de jóng urbè um de klapblaos te bemaachtege. Werd er 'n varken geslacht dan waren de jongens erbij om de varkensblaas te pakken.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
klapblaas , klablaos , waterblaas van een varken, in mijn jeugd was het de voetbal van vele kinderen
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
klapblaas , klapblaos , zelfstandig naamwoord , varkensblaas (Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal