elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: klapbus

klapbus , klapbuzze , knapbuzze , proppenschieter
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
klapbus , klapbus , de , (Zuid-Drenthe, Veenkoloniën) = proppenschieter, z. ook balderbus
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
klapbus , klapbusse , zelfstandig naamwoord , de; 1. proppenschieter 2. geweer
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
klapbus , klapbus , klapbos , zelfstandig naamwoord , klapbusse, klapbosse , klapbussie, klapbossie , 1. proppenschieter Een klapbus maokte je van vlierhout. Dat wier uichehold, dan een houte stamper d’r in en maor schiete met proppe snuit of dus Een proppenschieter maakte je van vlierhout dat uitgehold werd, dan een houten stamper er in en maar schieten met proppen fijnafval van het vlaszwingelen Ook klapbos [veroud] 2. knallende vogelverschrikker Zie kenon
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
klapbus , klapbus , blik met carbid erin. Met wat water erbij knalde je dan het deksel eraf.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
klapbus , klapbus , klabbuis , zelfstandig naamwoord , proppenschieter (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland); klabbuis; proppenschieter (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
klapbus , klapbus , zelfstandig naamwoord , proppenschieter; WBD (III.3.2:128) klapbus, klapbuks, klabots, propschieter = proppenschieter
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal