elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: klepschuw

klepschuw , klepschuw , bedeesd, vreesachtig.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
klepschuw , klepschouw , klepschoûw , bang, schuw, verlegen. [Ove]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
klepschuw , klèpschaaw , zelfstandig naamwoord , schuw, verlegen. Iemand blijft in de deuropening staan bij het binnenkomen. “Ge zèt toch nie klèpschaaw?”vraagt de bewoner. “Durf je niet binnen te komen?” Ontleend aan de duivensport. Een duif valt op de klep en wil maar niet binnengaan.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
klepschuw , klèpschèùw , verlegen , Dé jungske is nog wa klèpschèùw, héij hi d’n aord nie nô de aauw. Dat jongetje is nog wat verlegen, hij heeft het karakter niet van zijn ouders.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
klepschuw , klepschùiw , praatschuw
Bron: Peels-Mollen, J. met werkgroep Weerderheem in Valkenswaard (Ed.) (2007), M’n Moederstaol. Zôô gezeed, zôô geschreeve. Almere/Enschede: Van de Berg.
klepschuw , klëpschouw , kopschuw
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.
klepschuw , klepschèùw , klepskaw, klepskouw , bijvoeglijk naamwoord , kopschuw (Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland; Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
klepschuw , klèpschouw , bijvoeglijk naamwoord , verlegen, schuw, schichtig; Uit de duivensport: een duif die bang is, of treuzelt, om 'op de klep te vallen'; H. van Rijen (1988): 'klèpschaaw' - met drempelvrees, verlegen; Verh. klepschouw, bijvoeglijk naamwoord . schichtig, verlegen, te bang om te praten (kleppen)? vooral gezegd van iemand die geïntimideerd isBiks klèpschaaw bijvoeglijk naamwoord  - schuw, verlegen
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal