elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kleptiet

kleptiet , kleptiet , zelfstandig naamwoord , verklikker (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
kleptiet , klèptiet , zelfstandig naamwoord , klikspaan; Hij kwaam et aaltij te weeten, aaltij waar der wel intje, die vur kleptiet spulde. (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007); Stadsnieuws:  Ge moet oppaase as hij in de buurt is; tis en èchte klèptiet (270607); Verhoeven - lultiet, v. (van 'lullen', kletsen, en 'tiet', kip) kletsmajoor, ook lulbroek, - kous, -muts, -kont en -meierBiks klèptuut zn - klikspaan
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal