elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kliek

kliek , kliek , (vrouwelijk) , klieken , Kliekjes, poesjes, lestjes, zijn overgeschoten brokken van den maaltijd.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
kliek , klikken , Klieken, ʼt Is vandage klikkendag. Daor st(i)eet nog ʼn klikke krü̂̂dmus in de kelder.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
kliek , klikken , Klîken. ’t Is vandage klikkendag. Daor st(i)et nog ’n klikke krü̂dmus in de kelder.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
kliek  , kliek , club (in minder nette beteekenis).
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
kliek , kliek , m , fluim ’ne Flinke kliek Een grote fluim
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kliek , kliek , zelfstandig naamwoord de , Etensrest, afgekloven restant, meestal in samenstellingen als ’n appelekliek, ’n perekliek, Zie het N.E.W. onder kliek. 1. Zegswijze de hêle kliek erve, de hele boel erven. Verkleinvorm kliekie. Etensrestje. Afgekloven restant van een vrucht.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
kliek , klieke , klikke , kliekien, klikkien , etensrestje.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
kliek , kliek , klik , de , klieken , Ook klik (Zuidwest-Drenthe) = 1. groep, kliek Dat kliekien zit der altied (Pdh), Bij dat groepien is het één grote kliek (Wap), De hiele kliek kan om mij esteulen worden (Nije) 2. kliekje, gezegd van eten Zaoterdags kriegen wij altied een opgewarmd kliekien (Coe), Der is nog een klikkie over ebleven (Flu) 3. rotzooi, de hele zwik Ie keunt de heile kliek van mie cadeau kriegen (Bov), Wat een kliek, wat een rotzooi (Bui)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kliek , kliek , zelfstandig naamwoord , de; 1. personen die gezamenlijk als een samenspannende en zichzelf bevoordelende groep worden ervaren 2. de hele groep van personen 3. viezige, modderige of anderszins slechte substantie, rotzooi 4. wat overgebleven is van een maaltijd en weer tot maaltijd kan dienen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kliek , kliek , overschot
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
kliek , klieke , (zelfstandig naamwoord) , grote hoeveelheid.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
kliek , klikke , (zelfstandig naamwoord) , klikkien , etensrest, kliekje. Zie ook: präkkien.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
kliek , kliekske , etensrestje , ik kook vandaog nie, want ik heb nog ’n kliekske van giestere = ik kook vandaag niet, want ik heb nog een restje van gisteren-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
kliek , [rommel] , kliek , 1. bende, rommel, rotzooi (W.-Veluwe); 2. grote hoeveelheid (O.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
kliek , klik , klikke , 1. kliek, overschot van de warme middagmaaltijd, voor het slapengaan gegeten; 2. kloekje, restje (Putten).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
kliek , kliekskes , zelfstandig naamwoord, meervoud , etensresten (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
kliek , klaek , fluim
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal