elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: klinkerd

Klinkerd , Klinkerd , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Naam van een stuk land te Westzaan, bij de Hoogendijk. Thans waarschijnlijk onbekend. || Noch die klinckert, Polderl. Westz. II (a° 1629).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
klinkerd , klinkerd , zelfstandig naamwoord , verharde weg (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
klinkerd , klinkerd , zelfstandig naamwoord, toponiem , 1. zelfstandig naamwoord; Kees en Bart:  óp den Klinkert; Mandos - Brabantse spreekwoorden (2003) -  hij had ene kaoter gestrikt óp de klinkert ('58) - een rijk huwelijk gesloten (klinkert = klinkerweg); WBD III.3.1:397 'klinkerd' = openbare weg, ook genoemd: 'weg, baan'; WBD III.3.1:403 'klinkerd' = straat; ook genoemds: 'klinkerweg, klinkerpad, keiweg, straat'; 2.toponiem; Lange Nieuwstraat
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal