elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kloterij

kloterij , kloteréj , v , a/gedoe, geklungel, heibel, b/ kleinigheid Vör zó’n kloteréj doe’k gén moeite. Vor zo ’n kleinigheid doe ik geen moeite, c/heibel, pech of ruzie Zörg, dè ge gén kloteréj kriegt Zorg, dat je geen ruzie krijgt.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kloterij , kloterij , de , (Zuidwest-Drenthe, zuid) = prutserij
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kloterij , klóóterèèj , kleinigheid, aardigheid , Héij hi wir iin of ander klóóterèèj gevónde um de zaak te besoodemietere. Hij heeft weer een of andere kleinigheid gevonden om de zaak te bedriegen.
Héij hôlt aalté wél iin of andere klóóterèèj ût és'sie kléén jóng oover de vloer hi. Hij haalt altijd wel een of andere aardigheid uit als hij kleine kinderen in huis heeft.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
kloterij , klóóterééj , zelfstandig naamwoord , kleinigheid (Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
kloterij , [bedriegerij] , kloeaterie , (vrouwelijk) , bedriegerij , Kloeaterie oethoeale: kattekwaad uithalen.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kloterij , klôoterij , zelfstandig naamwoord , "bedriegerij; Daamen - Handschrift 1916:  ""klooterij - bedriegerij""; Stadsnieuws:  Òch, dè zeegeltjesplèkke, dès ammòl mar klôoterij as puntje bij pòltje komt, betòldet tòch zèlf (260709)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal