elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kloven

kloven , klöven , (zwak werkwoord) , klooven.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
kloven , klööven , werkwoord , kloven
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
kloven , kluewn , werkwoord, zwak , kloven
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
kloven , kleûve , kloven hôlt, hout kleûve hout kloven.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kloven , kluëve , Ned. kloven, spliëte.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
kloven , kluuëve , doorhakken van hout in de lengte.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
kloven , kleuven , kloven.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
kloven , kleum , kleum, ekleufd , kloven.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
kloven , kleuven , kloven, kluven , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , Ook kloven (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid, Kop van Drenthe), kluven (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid in bet. 1.) = 1. kloven Ik gao dei klobbegies maor even kleuven (Vri), Bij vörstig weer wil het holt op ’n besten kluven (Sti) 2. moeizaam lopen (Zuidoost-Drents veengebied) Hij kleufde deur de modder (Bov), zie ook klauwen *Aj mij niet wilt geleuven / Dan muj het kleuven / Dan hej braandholt / Aans krieg ie het gat kaold (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kloven , kleúven , kloven.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
kloven , kleuven , (Gunninks woordenlijst van 1908) kloven
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
kloven , kleuvm , kloven. Hölties kleuvm.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
kloven , kleuven , kloven, kluven, kloeven , werkwoord , kloven, klieven
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kloven , klôôve , werkwoord , klôôf, klôôfde, geklôôfd , kloven, hout splijten
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
kloven , kluuweve , kloven, splijten
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
kloven , kleuven , kloven.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
kloven , kleuve , werkwoord , klieven (Den Bosch en Meierij; Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
kloven , kleuve , kluuve , zwak werkwoord , klieven; WBD III.1.2:77 'kleuven ' = klieven, verdelen; WBD III.1.2:355 'kleuven' = kloven; ook 'klieven'; kluuve; H. van Rijen (1988): klieven
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal