elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kneukelvast

kneukelvast , kneukelvaast , bijwoord , met vaste hand (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
kneukelvast , kneukelvaast , bijvoeglijk naamwoord , van ‘knook’ (bot) en ‘vast’; oorspronkelijk alleen de hand- en vingerbotjes; bij uitbreiding ieder bot, waarbij ‘vast’ zoveel betekent als ‘gezond’; Cees Robben – Ik ben niemer zôô kneukelvaast Willem... ’n glas bier gao nog, mar krom staon en op m’n hukkes zitten desser niemer bij... (19670825)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal