elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: knipmes

knipmes , kniep , kniepmes , knipmes.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
knipmes , kniepmes , o , knipmes.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
knipmes , kniepmes , knipmes , het , Ook knipmes (Kop van Drenthe, Zuidoost-Drents veengebied) = knipmes Een kniepmes kuj in alle soorten kriegen (Emm), Hie beug as ’n kniepmes (Sle), Hij hef een woord as een kniepmes (Dwi)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
knipmes , knipmes , kniepmes , zelfstandig naamwoord , et; knipmes
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
knipmes , knipmis , zelfstandig naamwoord , zakmes (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
knipmes , knipmis , zelfstandig naamwoord , zakmes; WBD (III.2.1:152) 'knipmes', ook zakmes
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal