elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: knurft

knurft , knùrft , m , eigenwijs (hard) persoon (Komt van knorf, knurf = verharding)
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
knurft , knurf , knurft , zelfstandig naamwoord de , 1. Groot stuk of brok. 2. Groot, log persoon, dier of ding. 3. Grove, onrijpe vrucht.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
knurft , knörf , enne loompe vlaegel.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
knurft , knörft , zelfstandig naamwoord , pummel, kinkel. Jan Knörft was de bijnaam van een der twee gemeenteveldwachters die in de dertiger jaren met gemak in Beek de openbare orde handhaafden. De andere was Piet Haos.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
knurft , knèùreft , lomperik , Wa is'sie toch ne knèùreft, ge kun'ter gin kante meej in, de knook dé't is. Wat is hij toch een lomperik, je kunt er geen kanten mee uit, 't chagrijn dat het is.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
knurft , knurref , zelfstandig naamwoord , knurreve , [O] sterke kerel ’t Is een knurref van een vent
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
knurft , knùrft , lomperik
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
knurft , knörft , zelfstandig naamwoord , norse persoon, pummel (West-Brabant; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
knurft , knurfie , knurft , vrijer; ventje
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.
knurft , knörft , zelfstandig naamwoord , H. van Rijen (1988): knurft, lomperd, onbehouwen iemand; Biks knörft zn - pummel, kinkel; WNT KNURF - Bij overdracht als gewestelijke benaming met verschillende gevoelswaarde voor een persoon, in gunstigen zowel als ongunstigen zin.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal