elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: komedie

komedie , kommedie , Schouwburg of Komedie.
Bron: J.A.V.H. (18e eeuw), Haagsch Nederduitsch woorden-boekje. Den Haag: Johannes Mensert. Uitgegeven in: Kloeke, G.G. (1938), ‘Haagsche Volkstaal uit de Achttiende eeuw’, in: Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde 57, 15-56.
komedie , kemelie , zie: hondsvot.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
komedie , kemedie , ‘Je kent ’er ’en kemedie van oprichte‘, zei onze kindermeid als wij de eene of andere dwaasheid zeiden of deden. - Verg. Spullen soumer wel of speulen, Bredero 3, 225.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
komedie , kemélî , Komedie.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
komedie , comedie , kemedie, kemelie , (Zuidoost-Drenthe). Ook kemedie (Zuidoost-Drenthe, Noord-Drenthe), kemelie (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, Noord-Drenthe) = 1. toneeluitvoering Wij bint gisteraovend hen de kemelie west (Ruw), Wij hebt op de kemelie een lachen daon! (Die) 2. comedie Het is allemaole kemelie, ze mient er niks van (Hgv), Heile leven is comedie (Nor) 3. (Kop van Drenthe), in Ach, wat ’n kemelie drukte om niks (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
komedie , kemedie , kemelie , komedie. Ook: Gunninks woordenlijst van 1908: kemelie
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
komedie , kemelie , kemedie , zelfstandig naamwoord , de; 1. toneeluitvoering, vaak: komedie, i.t.t. ander soort toneelstuk 2. kluchtige vertoning, al dan niet als zodanig bedoeld 3. valse voorstelling, valse vertoning, het veinzen 4. toneelgroep
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
komedie , kemedie , (zelfstandig naamwoord) , comedie, blijspel.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
komedie , kemirrie , zelfstandig naamwoord , trubbels (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
komedie , kemedie , (vrouwelijk) , komedie, aanstellerij , Waat ein kemedie!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
komedie , kemedie , blijspel
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal