elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: koolduif

koolduif , kooldoewe , zelfstandig naamwoord , houtduif
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
koolduif , kólduuf , v , bosduif, houtduif, koolduif.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
koolduif , kòldùif , zelfstandig naamwoord , koolduif, houtduif.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
koolduif , kooldoeve , houtduif.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
koolduif , kóldûive , houtduiven , Wa zén'ner veul kóldûive dees jaor, ze duun'ter goed van zód'de zègge, ze zén vét. Wat zijn er veel houtduiven dit jaar, ze zijn in goede doen zou je zeggen, ze zijn vet.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
koolduif , kôldùìjf , duif (houtduif)
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
koolduif , kwôôlduif , houtduif, wilde bos- en polderduif
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
koolduif , kooldoeve , koolduif, koolduve , houtduif.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
koolduif , koldeuf , koldèùf , zelfstandig naamwoord , houtduif (Helmond en Peelland; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
koolduif , koldèùf , zelfstandig naamwoord , Houtduif - Columba palumbus palumbus; H. van Rijen (1988): houtduif (Columba palumbus); ES 2012: Tilburg: vliegende rat
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal