elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: koon

koon , koon , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Zie de wdbb. – 1) Bij vissers. Kieuw. Een visser spreekt niet van de kieuwen, maar van de konen van een vis. || Haal de konen er uit. – Evenzo reeds in de Middeleeuwen, vgl.: “die snoec … heeft in zijn rechter koon een beenken na die figure van een cruce”, aangehaald in Mnl. Wdb. III. 1838. – Zie konen. 2) Bij de molenmakerij. Het uitsteeksel, de verdikking aan het éne einde der kammen en dollen van een molenwiel. Men maakt de kammen met 2 of 3 konen, nl. twee over zij en een op de werkzij (de zijde die het werk doet, waar kammen en dollen elkaar grijpen). Moet de kam over twee kanten werken, zoals in een pelmolen, dan maakt men er soms 4 konen aan. De konen dienen voor het afslijten. De kammen worden aan de zijden, die aan slijtage onderhevig zijn, dikker gemaakt, omdat ze dan langer kunnen duren. 3) In papiermolens: aan de roerbak. Een soort van langwerpige, houten blokjes, die rondom tegen het bos worden gelegd en dienen om dit vast te wiggen. Zie bos II, 1b.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
koon , konen , meervoud , (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe) = wangen
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
koon , kôôn , zelfstandig naamwoord , kôônne , kôôñtjie , wang De kinders zatte mè rooie kôôñtjies naer ’t verhaoltie te luistere De kinderen zaten met rode wangetjes naar het verhaaltje te luisteren
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
koon , koon , zelfstandig naamwoord , wang (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
koon , kôon , zelfstandig naamwoord , WBD III.1.1:84 'koon' = jukbeen
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal