elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: koor

koor , kouer , kour , koor eener kerk; dikwijls alleen voor het boveneinde der kerk; op ’t kour zitten = daar eene zitplaats hebben.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
koor , koer , koor.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
koor , kouer , waterhoentje
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
koor , kouer , koor = bepaald deel van de kerk
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
koor , koor , De “verlichte” strijd om koorzang ter synagoge heeft ook in de Ommelanden de gemoederen heftig beroerd. Blijkens het zeldzame uit 1848 daterende pamflet Zamenspraak tusschen Jan Zwarts en een paar naburen, over den koorzang in de Israelietische kerk te Oude Pekela. Door N. L. Cohen. (uit mijn eigen collectie)
Bron: Meijer, J. (1984). Tolk van ’t Olle Volk – Joods Supplement op het Nieuw Groninger Woordenboek van K. ter Laan. Heemstede
koor , koeër , achter de communiebanken gelegen, verhoogde voorste deel van de kerk waar hoofdaltaar en koorbanken zich bevinden.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
koor , koor , het , koren , 1. zangkoor Wat waren er een koren op het zangersfeest (Exl), Het koor zong boven in de kerke (Ros) 2. deel van de kerk Wie mogden aaltied graog op het koor zitten plaats van het zangkoor (Vtm), Het koor is ien het veurenste gedeelte van de karke (Flu), In de olde karke was het koor naost de preekstoel (Geb), zie ook priesterkoor 3. groep, troep Daor lop een hiel koor jonges op straot (Sle), Het hele koor was aan het paoskevuurslepen (Ros), Zie zeden in koor: ‘Dat heb wij niet daon!’ (Eex), Dat is daor een mooi koor een rumoerige bende (Nor)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
koor , kóór , zangkoor, priesterkoor.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
koor , koortien , koortje. Dât koortien hef al heel wat priezn ehaeld.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
koor , kóór , koor , D’n duuvel kömt oover't kóór de kèrk binne. De duivel komt over het koor de kerk binnen. Koorleden gedragen zich niet altijd even eerbiedig.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
koor , koor , zelfstandig naamwoord , et 1. zangkoor of -groep 2. in in koor met z’n allen tegelijk roepend, pratend, enz. 3. groep mensen 4. koor van een kerk
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
koor , koewer , koor (zang)
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
koor , kwôôr , koor , ’n zangkwôôr = een zangkoor-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
koor , koor , zelfstandig naamwoord , galerij boven het kerkportaal, waar het zangkoor staat (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
koor , koear , (onzijdig) , koeare , kuuerke , 1. koor in de kerk 2. zangkoor
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
koor , korke , zelfstandig naamwoord, verkleinwoord , koortje; Ons Sjaan is venaovend nòr de rippetiesie. Zis teegesworreg onder en korke bij ons in de pròchie, vur te zinge meej ötvòrten èn zôo meer van die fiste. (G. Steijns; Grôot Dikteej van de Tilburgse Taol 2006)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
koor , koeër , koeëre , kuuerke , koor
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal