elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kortstaart

kortstaart , [duivel] , körtstarte , zie: körthakke, en: oldenknecht.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
kortstaart , körtstaart , de , (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied) = 1. paard met korte staart 2. de duivel (ve, zw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kortstaart , kortstért , driftkikker , Wa is me dé ne kortstért, héij begient al hôst te snaauwe vuur ge iet gezeed hét. Wat is me dat een driftkikker, hij begint al bijna te snauwen voor je iets gezegd hebt.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
kortstaart , kotstat , zelfstandig naamwoord , de; 1. koe met korte staart 2. paard met gecoupeerde staart
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kortstaart , kortstart , zelfstandig naamwoord , driftkikker (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
kortstaart , kòrtstart , zelfstandig naamwoord , Frans Verbunt: driftig persoon; WNT KORTSTAART - dier met een korten of gekorten staart, in 't bijzonder zulk een paardHaor. KORTSTART - kortstaat: paard met een gecoupeerde staart
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal