elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kuisen

kuisen , kuizen , (zwak werkwoord, transitief) , Kuisen, zuiveren; in het bijzonder de ruwe hennep schoonmaken en zover bereiden, dat hij gehekeld kan worden. Thans verouderd. || Niemandt sal oock vermoogen te heeckelen off kuysen in haar eygen woonhuysen, solders off packhuysen, Hs. keur (a° 1688), archief v. Wormerveer. – Ned. kuisen is overigens aan de Zaan onbekend. De vorm kuisen vindt men ook bij de 17de-eeuwse Hollanders; vgl. b.v. OUDEMANS, Wdb. op Bredero 198. – Zie kuizer.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kuisen , kûse , kuisen, reinigen, schoonmaken. [Ove]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kuisen , kusen , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidwest-Drenthe, noord) = kippen wegjagen De kiepen van de dele in het hokke kusen (Wsv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kuisen , kuuschern , kuuskern , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Zuidoost-Drents zandgebied, Kop van Drenthe). Ook kuuskern (Zuidoost-Drents zandgebied) = 1. ks ks of kuus zeggen (Zuidoost-Drents zandgebied) Hie zit weer achter de hoender an te kuuschern (Sle) 2. zich kalmpjes ergens mee bezighouden (Kop van Drenthe, N:Zuidoost-Drents zandgebied) Hai kan nait veul meer, maor kuuschert de haile dag toch nog maor wat an (Pei)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
Kuisen , Kuusen , inwoners van Veghel.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
kuisen , kuise , werkwoord , schoonmaken (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal