elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kwips

kwips , kwebs , kweps , 1) slap, ziek, 2) blut.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
kwips , kwèps , slap
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
kwips , kwèps , kèps , blut , Ik bén kwèps. Ik ben blut. Vooral bij het knikkeren gebruikt.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
kwips , kweps , bijvoeglijk naamwoord , onwel, flauw (Helmond en Peelland; Tilburg en Midden-Brabant; Den Bosch en Meierij; Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
kwips , kwèps , zelfstandig naamwoord , V flauw; V ik wòr zó kwèps van al dieje limmenaade; Stadsnieuws -  Ik wòr zo kwèps van al dieje limmenaade; gif naa mar es iets stèèrekers. (200110); WNT VIII:815 KWIPS Zie KWAPSCH 702 KWAPSCH - kwabsch, bijvoeglijk naamwoord  Wellicht eene afleiding van KWAB 1) Van den mensch en zijn lichaam: flauw, onwel, misselijk. Z.a. Josef Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect, 1899 - KWEPS(CH) bijvoeglijk naamwoord, bijwoord - flauw, smakeloos, van spijzen; Bosch kwèps - flauw, onwel; melig; dronken
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal