elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: langbeender

langbeender , langbender , zelfstandig naamwoord , langpootmug (Den Bosch en Meierij; Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
langbeender , langbinder , zelfstandig naamwoord , WBD koe met hoge poten, ook genoemd 'hôogbinder', 'óndiepe koej' of 'lochte koej'; A.P. de Bont – zelfstandig naamwoord m. langbeender - die lange benen heeft (b.v. paard); S&S LANGBEENDER: Die lange benen heeft (b.v. een paard, een haan of een mug). De A.P. de Bont – 350. Ook voor mensen van toepassing.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal