elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: langnat

langnat , langnat , lanknat , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , Daarnaast lanknat. Waterige saus, aangelengd vleesnat; dunne krachteloze soep. || Ik hou niet van dat langnat. Van zok (zulk) lanknat over je aardappelen proef-je niks. – Het woord is ook elders in Holl. en in Gron. en Gelderl. gebruikelijk. Evenzo spreekt men in Duitsland van lange brühe, langer kaffe. Vgl. Mnl. Wdb. IV, 101; GRIMM, D. Wtb. VI, 155.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
langnat , langnat , zelfstandig naamwoord , frisdrank (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal