elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: langsgaan

langsgaan , [verdwijnen, vergaan] , langesgaon , verdwijnen, verteren, vergaan alles zul er wal hiel gauw langs wezen. Gron. er langs of lans goan = doodgaan, sterven, d’r gait wat langs! = er wordt veel voedsel (of: voeder) verbruikt. – Ook = snel voortgaan; dat geet’r langs! ook Gron. Oostfr.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
langsgaan , langsgaon , sterk werkwoord, onovergankelijk , langsgaan Waor gaoj langes? (Die), Wat giet het er umme laangs (Hgv) ...van langes wat gaan ze tekeer (Ruw), Dai dag is der gauw langs gaon is snel voorbij gegaan (Vtm), Der is aordig wat braand langsgaon met die kolde doorgegaan (Row), Hij is der raar langs egaon hij heeft zich niet netjes gedragen (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
langsgaan , laanstgaon , werkwoord , op visite gaan (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
langsgaan , [op bezoek gaan] , langsgaon , langsgaan, op bezoek gaan
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal