elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: leien

leien , leien , bijvoeglijk naamwoord , Voor var. z. lei = van lei Het giet altied niet van een leien dakkien het loopt niet altijd gesmeerd (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
leien , lèìje , dakbedekking
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
leien , laaie , werkwoord , poffen (op de lei laten schrijven) (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal