elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: leplazarus

leplazarus , laplazerus , o , stomdronken.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
leplazarus , lebbes , Hij werk zich ’t lebbes (veel te hard).
Bron: Spek, J. van der (1981), Zoetermeers woordenboek, Zoetermeer.
leplazarus , laplaozeres , zelfstandig naamwoord , leplazarus, over de kop Je werk je aaige ’t laplaozeres voor ’n paor cente Je werkt je over de kop voor een kleine verdienste Ook ’t lebberes
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
leplazarus , laplaazeres , bijvoeglijk naamwoord , stomdronken (Den Bosch en Meierij; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal