elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: letsen

letsen , litsen , letsen is zeker kinderspel.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
letsen , litse , werkwoord , tikkertje. Een spel voor jongens en meisjes. Wie getikt wordt is erbij. Er zijn veel variaties. Met vrijplaatsen, met een gevangenis waaruit men verlost kan worden, als snijerke of kiepere (zie aldaar). Bij zittende lits is men vrij als men met de voeten van de grond is.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
letsen , létse , tikkertje , Óp school zén'ze teegewórreg wir ôn't létse, dé's nouw in én't knikkere ût. Op school zijn ze nu weer aan het tikkertje spelen, dat is nu in en het knikkeren uit.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
letsen , leste , krijgertje spelen, tikkertje
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
letsen , [ervandoor gaan] , litse , er van door gaan. Lits, Zuid-Ned.: streep, Midden-Ned.: schans, barricade
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.
letsen , leste , lèèste, lètse, litse , werkwoord , krijgertje spelen (Den Bosch en Meierij); lééste; krijgertje spelen (Helmond n Peelland); lètse; krijgertje spelen (Eindhoven en Kempenland); litse; krijgertje spelen (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal