elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: lillepoten

lillepoten , lèllepòòte , werkwoord , stuiptrekken.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
lillepoten , lèllepwôôte , stuiptrekken, hulpeloos op de grond liggen
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
lillepoten , lellepoote , lillepwoote , werkwoord , stuiptrekken (Tilburg en Midden-Brabant); lillepwoote; stuiptrekken (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
lillepoten , lèllepôote , lillepôote , werkwoord , alleen de infinitief wordt gebruikt: hulpeloos liggen, + te; ligge te lèllepôote - op apegapen liggen, naar adem snakken; Stadsnieuws: Hij is zo muug: hij leej gewoon te lèllepôote - hij is uitgeteld (151006); Antw. LELLEBEENEN - lillebeenen (overal in Brab. en Antw. ); Jan Naaijkens - Dè's Biks – lèllepòòte ww - stuiptrekken; Van Beek - Hij lag te lillepoten. - te stuiptrekken. (Nwe. Tilb. Courant; Dialect en spreekwijzen; 10 januari 1959)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal