elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: lutteren

lutteren , luttern , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Zuidwest-Drenthe) = 1. met kleine beetjes drinken of vloeien (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe) Koffie luttern (Stu), zie ook lurken, De koffiepot is nog niet leeg, hij luttert nog wel deur er komt nog steeds wat uit (Wap) 2. traag scheppen met een lepel (Zuidwest-Drenthe, zuid)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
lutteren , luttere , werkwoord , trillen (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal