elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: madenschijter

madenschijter , maajeschîeter , dikke brómvleeg. Zoa muuj as en maaj.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
madenschijter , madenschieter , manendrieter , de , Ook manendrieter (Zuidwest-Drenthe, zuid) = vleesvlieg Houw die maonenschieter even dood, veurdat ik hum op het vleis kriege (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
madenschijter , maitsensschieter , zelfstandig naamwoord , de; insect dat de maitsen voorbrengt: blauwe vleesvlieg
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
madenschijter , madeschieter , zelfstandig naamwoord , de; blauwe vleesvlieg
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
madenschijter , maoieschijter , maoieschijtert , zelfstandig naamwoord , maoieschijters, maoieschijters , maoieschijtertie, maoieschijtertie , bromvlieg, aasvlieg of blauwe vleesvlieg Ook maoieschijtert Zie ook bedurrever
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
madenschijter , maoieschijter , zelfstandig naamwoord , vleesvlieg (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal