elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: mainteneren

mainteneren , mentineren , (transitief werkwoord) , waarnemen, uitvoeren. Hij heeft het slecht gementineerd, hij kan zijn eigen boel niet mentineren. Het fransche maintenir.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
mainteneren , menteneren , bekostigen. Wie zal dat mentenere? (vergelijk het Franse maintenir , handhaven, in stand houden)
Bron: Spek, J. van der (1981), Zoetermeers woordenboek, Zoetermeer.
mainteneren , mentenére , werkwoord , Zie bementenére.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
mainteneren , mentenere , haelpe.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
mainteneren , mènteneere , werkwoord , in ere houden, handhaven. Onze pa spulde-n-t klaor òm z’n gròòt höshaawe van twaalef rotjòng meej eere te mènteneere. Vader slaagde er in om z’n groot gezin van twaalf wildebrassen met ere groot te brengen. Van het Frans: maintenir.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
mainteneren , menteneren , menteren , zwak werkwoord, onovergankelijk , Ook menteren (Midden-Drenthe) = 1. redden, onderhouden (Midden-Drenthe, ti) Het is niet veule, mor wij kunt oes der met menteneren (Hijk) 2. beheersen (met handkracht) (wk)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
mainteneren , menteneren , waarderen, verzorgen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
mainteneren , menteneere , werkwoord , menteneer, menteneerde, gementeneerd , [Fra, maintenir] mainteneren, handhaven, bolwerken Hij is daer wel an begonne maor hij ken ‘t nie menteneere Hij is er wel aan begonnen maar hij kan het niet bolwerken
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
mainteneren , mènteneere , waarderen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
mainteneren , mènteneere , werkwoord , zijn naam hooghouden (Tilburg en Midden-Brabant); mènteneere; onderhouden (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
mainteneren , mènteneere , zwak werkwoord , Frans Verbunt -  in stand houden, zich doen gelden; - van Fr. maintenir; Biks mènteneere ww - in ere houden, handhaven; WNT MAINTENEEREN - iemand onderhouden, van het noodige voorzien; vroeger in ruimere toepassing dan thans.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal