elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: materie

materie , metijrie , metairie , (onzijdig) = materie, etterstof. Zie ook: oa.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
materie , materie , de , materies , materie Dat is een moeilijke materie (Sti)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
materie , meterie , materie , zelfstandig naamwoord , de 1. stof waaruit iets bestaat, waaruit iets is opgebouwd 2. voorraad van iets etterstof, ook wel vieze substantie anderszins stof met betrekking tot een zeker onderwerp
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
materie , metirrie , zelfstandig naamwoord , etter (Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
materie , [etter] , meterie , (vrouwelijk) , etter , Toen de zwaer riep waas, leep de meterie t’roet.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
materie , mattirrie , zelfstandig naamwoord , etter; N. Daamen - Handschrift 1916 – matirrie - etter; Mandos - Brabantse Spreekwoorden (2003) -  zo zèùver as en ôog vol materrie - zo schoon als een oog vol etter; dus niet schoon; WNT IX:310 MATERIE 4) b) In 't bijzonder, als euphemismus voor ziekte stof , etter enz. A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - materie, matere - etter (div. dial.), uit Mlat. materia
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal