elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: matsen

matsen , matsen , zwak werkwoord, overgankelijk , 1. klaarspelen Dat hef ie weer goed ematst (Hol) 2. iemand geschikt aan iets helpen Ik hebbe hum wat ematst (Hgv) 3. verdienen Hier valt niks te matsen (Bov), Hej nog wat te matsen? (Zdw), Hij hef mis matst het is hem tegengelopen (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
matsen , matse , werkwoord , slaag geven (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal