elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: merkaton

merkaton , merketon , merston , eene geurige, welsmakende, groote perziksoort. Fruitkundigen noemen haar melcoton, merlicoton of mielicoton.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
merkaton , mèrreketon , m , mèrreketons , [F.: mirecouton] merketon. soort grote gele perzik in z.Nederl.bekend.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
merkaton , mèrketòn , zelfstandig naamwoord , grote, gele perzik.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
merkaton , merketon , rode perzik.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
merkaton , pérketónze , perziken , Pérketónze zén ût de módde, gèèl piirzekes zie'de nie mér nèt zó min és stérappel. Gele perziken zijn uit de mode, die perziken zie je niet meer net zo min als sterappels.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
merkaton , merketôn , rode perzik
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
merkaton , mèrkedón , mèrketon , zelfstandig naamwoord , grote, gele perzik (Helmond en Peelland; Den Bosch en Meierij; Land van Cuijk; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
merkaton , mèrketon , zelfstandig naamwoord , grote gele perzik; WBD III.2.3:171 'merkaton' = idem; Biks mèrketòn zelfstandig naamwoord  - grote gele perzik; WNT: merketon, in Z.-N. de naam van eene soort van groote gele perzik, waarvoor men in het Fransch de namen vindt: mirecouton, mirelecoton, millicoton, mericoton, merlicoton, berlicoton. De vorm 'merketon' staat bij Claes; Corn.-Vervl. heeft merkaton, De Bo melekaton en mellekaton. Vruuger, och man, 't geluk hong veur 't grijpe; zijjig en zoft as 'ne merkaton; mar naa; oei-oei, wa kan 't er nijpe; na ben ik al blij mee 'n klein bietje zon. (Leo Heerkens; uit De knaorrie (Piet Heerkens), ‘Vruuger en naa’, 1949); ANTW. MERKATON zelfstandig naamwoord m - groote gele perzik die rijp is op 't einde v.d. herfst - Fr. mirlicoton.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal