elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: mirakels

mirakels , merakel , merakele, merakelde, merakels , bijvoeglijk naamwoord en bijwoord , Buitengewoon, heel erg, geweldig. Vgl. Fries merakel. | ’t Is merakel koud. ’t Is ’n merakel moidje! | ’t Is ’n merakelde sterke kirrel. | ’t Is merakels koud. Wat bè je toch ’n merakelse hufter.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
mirakels , merakels , bijzonder, geweldig.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
mirakels , meraekels , ontzettend, mirakels.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
mirakels , merakels , 1. in sterke mate. Merakels veule ‘heel veel’; 2. uitroep van verbazing
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
mirakels , mieraokels , ontzettend , D’n óptocht meej de carnaval was mieraokels schón meej veul van die gróóte waoges. De optocht met de carnaval was ontzettend mooi met veel van die grote wagens.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
mirakels , meraokels , mirakels , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , 1. buitengewoon goed 2. buitengewoon, in hoge mate
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
mirakels , meraokel , meraokels , bijwoord , [Fra, miracle] buitengewoon, wonderlijk, miraculeus Ook meraokels
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
mirakels , merakels , 1. bn., mirakels, vervloekt. Dät merakelse jonk wil niet luusteren; 2. bw., heel erg, buitengewoon. Dät was merakels läkker; 3. tw., vervloekt! Merakels!
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
mirakels , meraokels , mieraakels , bijvoeglijk naamwoord , buitengewoon (Tilburg en Midden-Brabant; West-Brabant; Eindhoven en Kempenland); mieraakels; buitengewoon (Den Bosch en Meierij; Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
mirakels , meraokels , bijwoord , buitengewoon, wonderlijk; tis ieder jaor wir en meraokel/ dègge dè wir belèève meut. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: ‘Vurjaor‘); Cees Robben - Ge trèft er meraokels goej weer óp. Cees Robben - Dè hèdde meraokels goed gedaon. Bont bijwoord  - mirakels, buitengewoon, zeer. WNT MIRAKELSCH - hetzelfde als het vreemde woord miraculeus; thans onbekend; Cees Robben – meraokels goed (19611229)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal