elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: moffelboon

moffelboon , môffelboeôôin , môffeboeôôin , tuinboon
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.
moffelboon , moffelboon , zelfstandig naamwoord , tuinboon (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
moffelboon , moffelbôon , zelfstandig naamwoord , tuinboon; Hij gaaf ze spèk meej moffelbôone/ boerebrôod meej en schèèf zult/ mar ze han liever kwattastrooisel/ goei eete was er òn verspuld. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: ‘Gift ze mar zuut‘); Moffelbôône die zèn te taai/ Peeje vend ze te flauw,/ En ak' oover andievie praot, / Zee'se : «Dès kattespauw...» (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: ‘Gift ze mar zuut‘); Piet van Beers – ‘Op dieet’: Mar...moffelboone meej 'n papke,/ zèn nie te eete zonder spek. (Spoeje doemmeniemer; 2009); WBD III. 2.3:84 'moffelboon' = tuinboon, ook 'labboon'; WNT MOFFEL (I) 3) Groote boonen heeten in Brabant moffels of moffelboonen. Bosch moffelbone - tuinbonen; J.H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - MOFFELBOONEN noemt men hier, in Braband en elders, de zoogenaamde groote boonen, ook boerenboonen geheeten, om derzelver schil waarschijnlijk alzoo genaamd, heerschende in het woord 'moffel' het denkbeeld van iets dat tot bedekking dient . Z.a. (ook genaamd 'moffels' of 'boeren-wanten'). K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - MOFFELBONEN: Roomsche bonen, Boerenbonen. De boeren zeggen Flodderbonen, op zommige plaatsen Lapbonen.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal