elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: molenaar

molenaar , meulenaers , meikevers
Bron: Boers, B. (1843), [Overflakkees] ‘Lijst van eenige verouderde, of in de provincie Zuidholland niet gebezigde Nederduitsche woorden, welke op het eiland Goedereede en Overflakkee nog heeden in gebruik zijn’, in: Beschrijving van het eiland Goedereede en Overflakkee, Sommelsdijk, pp. 48-57
molenaar , molenaar , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Zie de wdbb. – Op een papierfabriek. De werkman aan de maalbak, die de papierstof maalt. || Een papiermaker kan f 14, hoogstens f 15 verdienen, een molenaar f 12, een onderpapiermaker f 13 en een hulpmolenaar f 11, Arbeids-enquête (a° 1891), 5587. De molenaars ... moeten maken dat de kuipers (zij die aan de schepkuip werken, de scheppers) voort kunnen, ald. 3073. – Vgl. de samenst. hennepkloppersmolenaar. In verkl. molenaartje. In molens. – a) Bij de luierij, voor het ophijsen van zakken. Een klein houten blokje aan een touw, met een gat waardoor men dat touw kan halen, om een lus te maken waartussen men een zak beknelt. – b) Een touw van ruim 1 m lengte aan de staartbalk, dat aan het uiteinde voorzien is van een kousje (ijzeren oog), hetwelk om een der uitstekende spaken van het windkoppel wordt gedaan als men dit vast wil zetten.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
molenaar , meulenaar , mullenaar, molenaartie, molenaar , zelfstandig naamwoord , (KRS: Wijk, Lang, Coth, Werk, Bunn, Hout, Scha; LPW: IJss, Mont, Bens, Lop), mullenaar (KRS: Lang), molenaartie (KRS: Scha), molenaar (LPW: IJss, Mont) meikever (mannelijk exemplaar) Zo genoemd vanwege zijn witte bovenkant, net alsof hij door het meel gelopen had. Ook in de Vechtstreek (Van Veen 1989, p. 91). Zie verder Taalatlas , afl. 9, kaart 8: meikever . Meikevers zijn gevoelig voor warmte: pas bij een bepaalde temperatuur worden ze actief. Van dat gegeven werd door de jeugd bij hun spelletjes dankbaar gebruik gemaakt. Een populair kinderspelletje was zo’n meikever met een touwtje aan een stokje te binden en vervolgens te laten ‘vliegen’. Daar werd het volgende versje bij gezongen: ‘Molenaar, ga vliege, anders ga’k je bedriege anders ga’k je kop afhakke en je tegen de muur aanplakke’ (KRS: Coth, Wijk) De laatste regel ook als: ‘en jou in de ove bakke’ (LPW: IJss) of: ‘meulenaar ga vliege.’ (LPW: IJss) Mevrouw Van Rijn-van Oostrom uit Cothen zong mij de melodie onder de groene linde voor; achter de vleugel van Muziekwetenschap maakte ik daarvan de notatie die aan de onderzijde van deze bladzijde is afgebeeld.
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
molenaar , meulenaar , molenaar
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
molenaar , meulenàèr , molenaar , Meulenàèr of mölder dé's 'n aauw beroep, de miste meules maole nouw nie mér. Molenaar of mulder dat is een oud beroep, de meeste molens malen nu niet meer.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
molenaar , meulenaer , zelfstandig naamwoord , meulenaers , meulenaertie , 1. molenaar Zie meelmuis 2. meikever Zie maaikever; Hij is nog te lomp om meulenaers te schudde Hij is oliedom
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
molenaar , meulenèèr , mölder, mulder , zelfstandig naamwoord , molenaar, meikever (West-Brabant); mölder; molenaar (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland; Tilburg en Midden-Brabant; Land van Cuijk); mulder; molenaar (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
molenaar , moolenèèr , zelfstandig naamwoord , "molenaar; WBD III 4,2:162 lemma Meikever met witachtige rug - Dit lemma bevat de specifieke benamingen voor een meikever die met meel bestoven lijkt te zijn. mulder – Tilburg; mulderke – Tilburg; molenaar – Tilburg; bakker – frequent in Tilburg; bakkerke – Tilburg; kapucientje – Tilburg, Goirle; manneke – frequent in Tilburg; wijfje, wijfke – frequent in Tilburg; Pierre van Beek, Tilburgse Taalplastiek 26, 23-1-1965 –Onder die ""mölders"" (meikevers) kwamen ook ""molenaars"" voor. Dat waren in de jongenswereld meikevers met een witachtige kleur over de dekvleugels (alsof ze met meel bestoven waren). Daarnaast bestonden er ""kappecientjes"" (capucijnen). Deze waren diep, mooi bruin van kleur en zagen er met hun ""baard"" en glad kopje... - en met een beetje fantasie! - ook inderdaad als een capucijn uit."
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal