elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: neefje

neefje , neefies , de kleine langbeenige vlieg, die ons in ’t donker zoo kan plagen, culex pipiens, Fransch cousin piquant. “Onze neefjes? – Wel zeker. In navolging van het Fransche woord cousins worden ze op onderscheiden plaatsen van ons land neefjes genoemd, hoewel anders algemeen bekend onder den naam van muggen.” (Sempervir. 1877).
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
neefje , neefie , kleine steekmug
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
neefje , neef , zelfstandig naamwoord , (Langpoot)mug. Zie het N.E.W. onder neefje = mugje.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
neefje , neefie , het , neefies , (Schn) = vrucht van de hagedoorn De vruchten van de hegedoorn numden wij neefies of neepies
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
neefje , neefien , nèefien , het , neefies , Ook nèefien (Zuidwest-Drenthe, zuid) = steekmug Aj ’s zomers het licht opdoet, hej derekt neefies in huus (Coe), Wat hebt mij die neefies vannacht plaogd (Emm), z. ook steekmug
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
neefje , nevien , nefien , mugje. Ook: Gunninks woordenlijst van 1908: nefien (niet Kampen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
neefje , nèèfien , mugje.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
neefje , nefien , zelfstandig naamwoord , et 1. kleine neef, zie ook neve 2. steekmug
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
neefje , neef , zelfstandig naamwoord , mug Zie ook meezek, langpôôt
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
neefje , nèfien , (zelfstandig naamwoord) , mugje.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
neefje , neefke , zelfstandig naamwoord , kleine mug (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal