elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: nestel

nestel , nestel , (onzijdig) , wat de vogel tot bouwing van zijn nest gebruikt.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
nestel , nestel , (mannelijk) , tooverkransje, bv. van bedveeren.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
nestel , nestel , nustel, nistel , de , nestels , (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe). Ook nustel (Zuidwest-Drenthe, noord), nistel (Zuidoost-Drents zandgebied). Vaak uitgesproken met ss = 1. metalen eind van een schoenveter As de nestel van de vèter is, dan valt het niet mit um de veter in de schoe te kriegen (Hol), z. ook blik II, nippel 2. de veter (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents veengebied) 3. gaatje in de schoen, waar de veter doorgehaald wordt (Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe) 4. schouderversiersel van de marechaussee Vrogger dreugen massiessees nestels over heur attilla over hun huzarenbuis (Hav)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
nestel , nöstel , 1. vetergat; 2. verharde eind van een veter
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
nestel , nestel , nistel , zelfstandig naamwoord , de 1. schoenveter, ook: het metalen uiteinde ervan 2. trensje aan het eind van een split of insnijding van kleding 3. zelf gemaakt gaatje met name in een riem 4. koord over een uniformjas
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
nestel , niessels , veters , doe d’oew niessels van oew schoene nou is goed vast, aanders val d’r drek nog over = doe de veters van je schoenen goed vast, anders val je er direct nog over- toen dieje faant de teute van z’n schoene wou poetse zonder z’n niessels los te maoke, nuktenie vurover mi z’n stui op de raand van denèrd = toen die sufferd de neuzen van z’n schoenen wilde poetsen zonder z’n veters los te maken, viel hij voorover met zijn voorhoofd op de rand van de kachel-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
nestel , neutel , nestel, harde uiteinde van een schoenveter (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
nestel , nissel , zelfstandig naamwoord , schoenveter (Tilburg en Midden-Brabant; West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
nestel , nistel , (mannelijk) , nistele , nistelke , schoenveter , Sjoon mèt nistele.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
nestel , nissels , zelfstandig naamwoord, altijd meervoud , schoenveters; B nestel; WNT: lemma nestel - Koord waarvan het einde gestoken wordt in een malie, ten einde het gemakkelijk door een opening te kunnen halen; veter. - Men nissels zitten in de knêûp. - Mijn schoenveters zitten in de knoop. Cees Robben – Doe’w-nissels-vaast... Drek-trap-trop... (19580503); WBD Onder 'veter' is het Tilburgse woord niet vermeld (II 719). Frans Verbunt: krèèg ik jouwe nissel, want men piske van men zwipke is kwèèt; WBD III.1.3:251 'nestel' = schoenveter? ook 'rijgnestel', 'schoennestel'; Hees nistel, nissel (I:21, III:24); Cornelis Verhoeven: NESTEL m (gewoonlijk uitgesproken als 'nissel') archaïsch woord voor: rijgtouwtje, schoenveter. Vgl. 'bendel'. Antw. NESTEL, ook NISTEL zelfstandig naamwoord, mannelijk. - veter, Fr. lacet; Jan Naaijkens, Dè's Biks: nissels zelfstandig naamwoord - nestels, schoenveters; A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - nestel, naastel - veter (div. dial.)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal