elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: nieuwmodisch

nieuwmodisch , neimoods , neimouds, neimouts, nijmoods , enz. = nieuwmodisch.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
nieuwmodisch , niejmoods , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , modern; niejmoodse flantuutn, moderne fratsen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
nieuwmodisch , néêjmóddes , modern.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
nieuwmodisch , nijmoods , modern, nieuw-modisch
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
nieuwmodisch , niejmoods , modern.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
nieuwmodisch , niejmoeds , niejmoods , modern.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
nieuwmodisch , neimoeds , neimoods, neimoouds, neimouds, neimoens, neimoons, , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , Ook neimoods (Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid), neimoouds (Midden-Drenthe), neimouds (Veenkoloniën, Kop van Drenthe, Zuidoost-Drents veengebied), neimoens (Zuidwest-Drenthe), neimoons (Zuidwest-Drenthe, zuid), neimuidsk (Bco, naast neimoeds en neimouds), ook uitgesproken als neimoes (Zuidwest-Drenthe) = modern, nieuwerwets Al dat neimoudse spul mot ik niks van habben (Nsch), Die is aordig naimouds antrokken (Row), De neeie buren bint arg neeimoeds (Uff)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
nieuwmodisch , neijmòddes , nieuwe mode.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
nieuwmodisch , ni’jmoods , ni’jmoeds, ni’jmôêds , (Kampen) modern. Ook: ni’jmoeds (Kampereiland, Kamperveen), Gunninks woordenlijst van 1908: ni’jmôêds
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
nieuwmodisch , niejmoeds , modern. Noe hef hie toch is ’n niejmoedse pette op.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
nieuwmodisch , ni’jmoods , ni’jemoods, ni’jermoods , bijvoeglijk naamwoord , nieuwmodisch, volgens de nieuwste mode, trend
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
nieuwmodisch , ni’jmoeds , (bijvoeglijk naamwoord) , modern. Zie ook: medärn.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
nieuwmodisch , niemoeds , niejmoeds , volgens de laatste mode.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
nieuwmodisch , nijmóddes , bijvoeglijk naamwoord , nieuwerwets (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal