elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: nijver

nijver , nuuver , ijverig , Wa is'sie toch nuuver beezeg, ge hét'tem zeeker iet beloofd és'sie dé vendaog duu? Wat is hij toch ijverig bezig, je hebt hem zeker iets beloofd als hij dat vandaag doet?
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
nijver , nuuver , bijvoeglijk naamwoord , ijverig (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
nijver , nuuver , bijvoeglijk naamwoord , nijver; Dialectenquête 1876 - nuver
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal