elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: nirken

nirken , nierken , ierken , (werkwoord) , herkaauwen door het vee.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
nirken , niereke , nerreke , met lange tanden (tegenzin) eten, herkauwen; nerreke hoorbaar eten nerreke as ’n vèrreke. smakken als een varken.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
nirken , nirreke , knauwe.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
nirken , nèrken , herkauwen. de koei liggen glijk te nèrken, de koeien liggen allemaal te herkauwen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
nirken , èrreke , herkauwen , De koej li wir te èrreke, dan zal der bûkpént wél oover zén zóó te zien. De koe ligt weer te herkauwen, dan zal haar koliek wel over zijn zo te zien.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
nirken , nerreke , nirreke , herkauwen, kauwen (ww.)
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
nirken , nirreke , met tegenzin eten
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
nirken , nereken , neriken , herkauwen.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
nirken , nierke , nerke, nirke, nirrike , werkwoord , herkauwen (Eindhoven en Kempenland); nerke; herkauwen, met tegenzin eten (Den Bosch en Meierij; Land van Cuijk); nirke; herkauwen (Tilburg en Midden-Brabant); nirrike; herkauwen (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
nirken , nirke , zwak werkwoord , "herkauwen; WBD nirke, nierreke, nierike, (hs K 183) nierken - herkauwen; Nicolaas Daamen woordenlijst 1916: ""nierken - herkauwen der koeien, geiten enz.""; A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - nirken, nierken, euriken, hirke, hùrke, irke - herkauwen; Cornelis Verhoeven: Cornelis Verhoeven:: nirken - herkauwen; verwant met snurken, nurks en nors? Z.a. WS of misschien uit 'neerkauwen', zoals in K127, l64a, 156 enz.?; A.P. de Bont: ne.reke(n), resp. nirke(n), nirke(n), zw.ww.intr. 'nerikken' 'herkauwen'; Antw. NIRKEN, NIRRIKEN - hetz. als hirken, irriken, herkauwen"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
nirken , nierke , zwak werkwoord , vervelen; (= nirke 'herkauwen'?); Henk van Rijen:  ze stòn wir meej zen ammòlle te nierke - ze staan weer met z’n allen te vervelen
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
nirken , nirke , nirkde – genirk , herkauwen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal