elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: nirrie

nirrie , nirrie , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Vloeibare drek, van koeien, enz. Ook iets van gene waarde, larie. || Och wat, dat is nirrie.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
nirrie , nirrie , zelfstandig naamwoord , tabakssap (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal