elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: omzetten

omzetten , ummezetn , werkwoord , omspitten
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
omzetten , umzetten , zwak werkwoord, overgankelijk , 1. omzetten Hij hef veur nog gien viefhonderd gulden umzet (Bco) 2. omkeren (Zuid-Drenthe) Hij hef even de palle um ezet (Zdw), Low die riegel heui mor even umzetten (Emm), Even de ploug umzetten (Eev), Die heuibult zit in de brui, die moew umzetten uit elkaar halen en opnieuw opzetten (Sle), Die natte törf kuw nog niet umzetten, ...umdieken (Pdh), Even de tuun umzetten omspitten (Rol), Wie hebt de peerden in de toene had, ze hebt oes alles umzet (Bov), Ik zal hum de kop even ummezetten van gedachten doen veranderen (Rui) 3. verplaatsen Wij hebt de koenen op stal umzet (Wee) 4. veranderen naar koeler weer Het weer zet umme (Die), As het wèer umzette, dan mus wij dat schaophok oetmessen (Zwig)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
omzetten , ommezetten , werkwoord , 1. met de onderkant boven plaatsen, andersom plaatsen 2. omploegen, omspitten 3. de bijenkorf met een minder sterk volk op de plaats zetten van een sterk volk 4. een bijenkorf of -kast een meter voor de bijenstal plaatsen zodat de meeste haalbijen bij andere volken terechtkomen en het volk dat sterk geneigd is te zwermen eerst nieuwe haalbijen moet zien te krijgen 5. aftrommelen: van bijen 6. nemen en in zijwaartse richting plaatsen 7. tot iets anders maken, veranderen 8. anders zetten, in een andere stand zetten 9. snel om iets heen lopen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
omzetten , umzette , werkwoord , mengen (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
omzetten , [verkopen ] , ómzètte , 1. omzetten, verkopen 2. op een andere plaats zetten , Ich höb deze maondj väöl ómgezatte.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
omzetten , umzette , vertalen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal