elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: onbehouwen

onbehouwen , onbehouwen , (bijvoeglijk naamwoord) , lomp, onbehakt, bot. Wat is dat onbehouwen zwaar. Altijd nog even onbehouwen, ruw en lomp.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
onbehouwen , onbehòlden , Onbehouwen.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
onbehouwen , onbeholln , onbehouwen, lomp
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
onbehouwen , onbehouwen , onbeholen , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , 1. groot en onhandig te hanteren, lomp 2. lomp in doen en laten, klungelig, onhandig
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
onbehouwen , onbezouwe , bijvoeglijk naamwoord , lomp (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal